Protestantse kerk

PROTESTANTSE CLASSIS DORDRECHT


BELEIDSPLAN

Uitgangspunten

1.1 Dienen is de essentie van het classicale werk. De classicale vergadering is er dan ook ten behoeve van de (wijk)kerkenraden en niet omgekeerd. Het is haar taak om dienstbaar te zijn aan de opbouw van de gemeenten in haar ressort.
1.2 De classicale vergadering is de grondvergadering van de kerk. Dat betekent dat de afgevaardigden van de kerkenraden van de (wijk)gemeenten – elk met een eigen identiteit – elkaar daar ontmoeten en daar in hun verscheidenheid ook samen kerk willen zijn. De bijeenkomsten van de classicale vergadering moeten er mede op gericht zijn hieraan gestalte te geven door het geloofsgesprek en, indien gewenst, door afspraken te maken voor gezamenlijke acties en/of projecten. Het is ook de plaats waar kerkenraden ervaringen en zorgen kunnen delen en elkaar in bepaalde gevallen behulpzaam kunnen zijn.
1.3 Van de afgevaardigden wordt gevraagd een deel van hun tijd als ambtsdrager ter beschikking te stellen van de classicale vergadering. Het streven is er op gericht, dat zij daarvoor tenminste iets gelijkwaardigs terugkrijgen ten behoeve van hun ambtswerk en dat van hun kerkenraad. Wat men ervoor terugkrijgt zijn in dat geval nieuwe inzichten en ideeën. Maar die moeten dan wel aansluiten bij datgene waarmede de kerkenraad bezig is of zich in de nabije toekomst bezig zal gaan houden. Van de afgevaardigden wordt dan ook verwacht dat zij dat zo nodig ook aangeven.

Gevolgen voor het beleid

2.1 Het aantal bijeenkomsten van de classicale vergadering dient beperkt te blijven tot vier per jaar. Uitsluitend in uitzonderlijke situaties kan het moderamen aan de classicale vergadering voorstellen in te stemmen met een extra bijeenkomst.
2.2 Een zo groot mogelijk deel van de vergadertijd dient besteed te worden aan inhoudelijke onderwerpen, waaronder ook het geloofsgesprek begrepen is. Formele, procedurele en administratieve zaken worden maximaal gedelegeerd aan het Breed Moderamen, ook al blijft de classicale vergadering hiervoor verantwoordelijk.
2.3 De classis kan een extra bijeenkomst beleggen, waarvoor alle ambtsdragers en gemeenteleden in het ressort worden uitgenodigd. Deze bijeenkomst wordt besteed aan het geloofsgesprek. Het onderwerp zal worden bepaald door het Breed Moderamen, met het oog op datgene wat leeft in de classis.
2.4 Elk jaar is er een bijeenkomst voor de (ouderlingen) kerkrentmeester met medewerking van de gemeenteadviseur kerkbeheer, de heer Gerrit Oosterwijk.
2.5 Het is belangrijk, dat de kerkenraden goed op de hoogte zijn van wat er op het classicale niveau omgaat. Dit kan betrokkenheid van de gemeenten en kerkenraden bij de classis vergroten. Een snelle verslaglegging, zowel via de scriba van de kerkenraad als rechtstreeks via de afgevaardigde, kan hieraan in belangrijke mate bijdragen. De scriba draagt zorg voor de PR van de classis. Onder meer door het schrijven van persberichten voor de kerkbladen, waarin de vergaderingen van de classis worden aangekondigd. Verder zal de scriba een emailbestand aanleggen en de verspreiding van vergaderstukken digitaliseren, zodat snelle communicatie met de afgevaardigden en de kerkenraden mogelijk is. De scriba draagt zorg voor actuele informatie op de website van de classis.
2.6 Het is evenzeer van belang, dat de afgevaardigde naar de generale synode en de afgevaardigde naar het Classicaal Regionaal Overleg, daarin kunnen participeren vanuit een helder beeld van wat er binnen de classis leeft en waaraan de gemeenten behoefte hebben. Van de kerkenraden wordt dan ook verwacht, dat zij dat laatste in de classicale vergadering aan de orde stellen. De nieuwe afgevaardigden zullen duidelijke instructies omtrent hun taken krijgen. Verder zal de betrokkenheid van de gemeenten bij de classis en omgekeerd worden bevorderd door op verschillende locaties te vergaderen.
2.7 De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland kent de classicale vergadering vele taken toe, maar voor de uitvoering daarvan is dit kerkelijk lichaam intern niet steeds voldoende uitgerust. De classicale vergadering zal waar nodig niet aarzelen een beroep te doen op de professionele deskundigheden die binnen de kerk voorhanden zijn.
2.8 Na twee jaar, in de meivergadering van 2015, zullen deze beleidsvoornemens worden geëvalueerd en eventueel nieuwe voornemens worden opgenomen in het beleidsplan van de Protestantse Classis Dordrecht.

Aldus vastgesteld op 21 mei 2015 in de vergadering van de Protestantse Classis Dordrecht.